Masterplan Molenveld-Pekgat, Stabroek, 2014
IEA ism Delva Landscape Architects en antropologe Ruth Soenen

Het projectgebied bevindt zich tussen fragmenten en zones bebouwing, een stukje open landschap dat geprangd zit tussen wegen en wijken.
Een structuur die nodig is als ruggegraat voor de ontwikkeling, maar die in haar precieze uitwerking niet wordt vastgelegd; dat laat openheid voor inspraak, inspelen op omstandigheden. Het is niet omdat het open is, dat er geen planning is.
Het aan elkaar zetten, koppelen, hechten. Dit gebeurt op meerdere manieren: randen verknopen, stromen doorstuwen, importeren en exporteren van en naar de omgeving.
Op schaal van de kavels van het dorp, van de wegels, van de individuele woningen, maar ook van de plaatselijke akkers en grachten.
De watergangen en de infrastructuur worden in een beginfase grotendeels, maar niet volledig uitgevoerd. De ontwikkeling van de bebouwing wordt in verschillende fasen voorzien. Er is een startproject bekend, maar de timing en de plaatsbepaling van de (volgende) fasen zijn nog open. Afhankelijk van alle parameters en actoren, kan sneller of trager met deze of meedere deelgebieden worden gewerkt. Er wordt gewerkt in fasen per raster-vak van ca. 1 ha. Enkel het eerste rasterproject wordt bij het begin definitief bepaald. Op het einde van een fase wordt het volgende rasterproject bepaald.
Doordat eerst een landschappelijke en infrastructurele structuur is gedacht, zorgt die er voor dat op eender welk tijdsstip in de ontwikkeling, het projectgebied
steeds een ruimtelijke samenhang zal hebben en ervaren wordt als een landbouwgebied, een natuurgebied, een parklandschap, een woonlandschap, een groene wijk, een buurt met bomen en water.
Trage ontwikkeling: organisch groeiend, volgens behoeften, noden, markt, minder en meer gestuurd.